Extra lange werkbroeken:
zo kies je de juiste lengtemaat
5 min leestijd | Geschreven door Daniel Vermeij

Samenvatting
Een te korte werkbroek trekt tijdens het bukken, hurken of knielen omhoog. Daardoor krijg je sneller last van hoogwater, zakt de broek aan de achterkant van je billen en komen de kniezakken te hoog te zitten. Kies daarom niet automatisch een grotere maat, want die geeft vooral extra ruimte in de breedte. Controleer juist de binnenbeenlengte, pasvorm en maattabel van het model. Heb je maar een paar centimeter extra nodig, dan kan een verlengbare broekspijp voldoende zijn. Bij een groter lengteverschil is een echte lengtemaat meestal de betere keuze.
Een werkbroek die te kort is, merk je niet alleen aan de broekspijpen. Tijdens het bukken, hurken of knielen trekt de stof omhoog. Daardoor zakt de broek aan de achterkant sneller van je billen, komen je enkels bloot te liggen en schuiven de kniezakken uit positie. Dat zit niet alleen vervelend, maar zorgt er ook voor dat je de broek gedurende de dag steeds opnieuw goed moet trekken.
Ben je langer dan gemiddeld? Dan heb je meestal geen grotere maat nodig, maar een werkbroek met extra beenlengte. In dit artikel lees je hoe je een te korte werkbroek herkent, hoe je de juiste binnenbeenlengte bepaalt en waar je bij het passen op let.
Wanneer is een werkbroek te kort?
Een werkbroek kan rechtop goed lijken te zitten en tijdens het werken alsnog te kort zijn. De problemen ontstaan meestal zodra je beweegt. Je herkent een te korte werkbroek aan deze signalen:
- De broek zakt bij het bukken aan de achterkant van je billen.
- Je krijgt hoogwater tijdens het lopen, hurken of knielen.
- De kniezakken zitten te hoog.
- De stof trekt strak bij het kruis of de bovenbenen.
- Je moet de broek steeds opnieuw optrekken.
- De pijpen vallen niet goed over je werkschoenen.
Een riem kan voorkomen dat de broek helemaal afzakt, maar lost de oorzaak niet op. Als de pijpen te kort zijn, blijft de stof tijdens het bewegen omhoog trekken.

Langere maat of grotere maat?
Een grotere maat geeft vooral extra ruimte bij de taille, het zitvlak en de bovenbenen. De broek wordt daardoor wijder, maar niet automatisch langer. Zit de broek goed rond je middel en bovenbenen, maar zijn de pijpen te kort? Kies dan dezelfde taillemaat met een langere binnenbeenlengte. Bekijk hiervoor onze werkbroeken met extra beenlengte.
Is de broek ook te strak rond je taille, zitvlak of bovenbenen? Dan heb je mogelijk een grotere confectiemaat of ruimere pasvorm nodig. Bekijk in dat geval onze werkkleding in grote maten. Het verschil zit dus in de plek waar je ruimte tekort komt: bij een lengtemaat heb je meer stof nodig in de broekspijpen, bij een grotere maat meer ruimte in de breedte.
Zo bepaal je de juiste binnenbeenlengte
Merken gebruiken verschillende pasvormen en maataanduidingen. Daarom is het betrouwbaarder om een werkbroek op te meten die al goed zit. Leg de broek plat neer en meet vanaf het kruis langs de binnenkant van de broekspijp tot aan de zoom. Meet ook de taillebreedte aan de bovenkant en vermenigvuldig deze afmeting met twee.
Vergelijk beide maten met de maattabel van de werkbroek die je wilt bestellen. Gebruik bij voorkeur een broek die ook tijdens het bukken en knielen goed blijft zitten. Een broek die alleen staand goed valt, kan tijdens het werk alsnog te kort zijn.

Heb jij een vraag?
Wij helpen je graag!
KlantenserviceWelke lengtematen zijn er?
Bij sommige werkbroeken wordt de maat aangegeven met een taille- en lengtemaat, bijvoorbeeld W32/L34. De W staat voor de taillemaat en de L voor de beenlengte. Veelvoorkomende lengtematen zijn L32, L34 en L36. Toch kan een L34 per merk anders vallen, dus controleer altijd het aantal centimeters in de maattabel.
Andere merken werken met confectiematen, kwartmaten of aparte lange maten. Ook dan blijft de binnenbeenlengte de beste maat om te vergelijken.
Werkbroeken met verlengbare broekspijpen
Veel werkbroeken hebben een extra zoom in de broekspijpen. Door deze los te maken, kun je de broek meestal 3 tot 5 centimeter verlengen. Dit is handig wanneer een standaardlengte net te kort is of wanneer je tussen twee lengtematen in zit.
Heb je veel last van hoogwater of zitten de kniezakken duidelijk te hoog? Dan is een paar centimeter extra mogelijk niet genoeg. Kies in dat geval liever voor een echte lengtemaat.

Let ook op de pasvorm
Niet alleen de binnenbeenlengte bepaalt hoe een broek zit. Ook de pasvorm speelt mee. Een slim-fit of tapered werkbroek sluit strakker aan rond de benen. Daardoor kan de stof bij het knielen sneller omhoog trekken. Een recht model geeft vaak wat meer ruimte bij de bovenbenen en knieën. Ook een lage taille kan tijdens het bukken sneller van je billen zakken.
Let daarom bij het kiezen op:
- De ruimte bij het zitvlak en de bovenbenen.
- De hoogte van de taille aan de achterkant.
- De positie van de kniezakken.
- De vorm van de broekspijpen.
- De hoeveelheid stretch.
Stretch geeft meer bewegingsvrijheid, maar maakt een te korte broek niet langer. Kies daarom eerst de juiste beenlengte en kijk daarna naar stretch en voorgevormde knieën.
Pas de broek tijdens het bewegen
Pas een werkbroek niet alleen staand. Loop een stukje, buig voorover, hurk en ga op je knieën zitten. De achterkant moet over je billen blijven zitten en de broekspijpen moeten netjes over je werkschoenen vallen. De kniezakken moeten op de juiste hoogte blijven en de stof mag niet strak trekken bij het kruis.
Heb je ook last van shirts die tijdens het bukken uit je broek kruipen? Bekijk dan onze shirts met een extra lengte.

Twijfel je over de juiste lengte?
Vergelijk de afmetingen van een goed passende werkbroek met de maattabel op de productpagina. Let daarbij op de binnenbeenlengte, taillemaat, pasvorm en positie van de kniezakken.
Kom je er online niet uit? In onze winkel in Wijk bij Duurstede kun je verschillende lengtematen en pasvormen naast elkaar passen. Met de juiste beenlengte voorkom je hoogwater, blijft je werkbroek beter over je billen zitten en vallen de kniezakken op de juiste plaats.
Aanbevolen werkschoenen
Aanbevolen blogs
Veelgestelde vragen

